Over Nocturnal van Benjamin Britten

 

Nocturnal van de Engelse componist Benjamin Britten is een van de grootste schatten van de twintigste- eeuwse gitaarmuziek. Voor mij is deze muziek zo inspirerend, dat ik het erover wil hebben in de komende weken. Ik begin meteen met een introductie en een korte bespreking van het eerste deel, daarna komen de andere delen aan de beurt.

Britten schreef Nocturnal in 1963 voor de gitarist Julian Bream, die behoefte had aan nieuw origineel werk voor gitaar. Vanaf 1964 heeft hij het in zijn repertoire gehad. Het stuk is lang maar niet te lang, want het is heel afwisselend er zit een spannende ontwikkeling in tot het eind toe. Het begint introvert en peinzend (“musingly”, schrijft Britten boven het eerste deeltje), dan werkt het via enkele contrastrijke variaties toe naar een uiterst dramatische Passacaglia, en die mondt uit in het laatste deel, een langzaam en droevig lied, weer uiterst zacht net als het begin van Nocturnal. Het is dus niet alleen een stuk waar een spanning in zit van het begin naar het eind, maar het is ook cyclisch, het eind keert terug bij het begin.

Het lied waarmee Nocturnal eindigt is van John Dowland, een zestiende- eeuwse componist in het Elisabethaanse Engeland. De tijd van Queen Elisabeth geldt als een economische bloeiperiode, maar iets anders bloeide toen beslist ook: de melancholie. Dowland zette boven een van zijn stukken: “Semper dolens, semper Dowland”, “Altijd treurend, altijd Dowland.” Lees het latijnse zinnetje hardop en je hoort wel, dat dolens (=treurend) en Dowland bijna gelijk klinken.

In dat licht zou je de tekst kunnen zien van het lied waar Nocturnal mee eindigt. Ik ga er wat nader op in omdat Britten de tekst heeft laten afdrukken in de uitgave van zijn compositie. Dat suggereert dat hij de tekst belangrijk vond voor de luisteraar en de uitvoerder. Daarom geef ik de tekst hier.


Come heavy Sleep, the image of true Death,
And close up these my weary weeping eyes
Whose spring of tears doth stop my vital breath,
And tears my heart with Sorrow’s sigh-swoll’n cries.
Come and possess my tired thought-worn soul,
That living dies, till thou on me be stole.

Nocturnal is een variatiewerk, maar dan omgekeerd, omdat het thema waarop gevarieerd wordt niet vooraan staat, maar de variaties juist aan het thema voorafgaan. Als je dus eindelijk het thema hoort, het melancholieke lied uit de Elisabethaanse renaissance, herken je de variaties terug. De vorm van het werk als geheel heeft daarom zelf een kenmerk van de melancholie, want er wordt niet vooruit- , maar teruggedacht.

Nu iets meer over het eerste deel. Dat is een soort prelude, “Musingly”, “Peinzend”, uiterst zacht net als het thema van deze zeven variaties, het lied aan het eind. Dit eerste deel is een melodie met een heel spaarzame begeleiding, en omdat de gitaar een tokkelinstrument is, bestaat deze melodie dusuit tonen die alleen op het moment van de aanslag echt duidelijk te horen zijn en meteen erna beginnen weg te sterven. Doordat het hele stuk ook nog eens uitsluitend pianissimo en pianississimo
gespeeld moet worden, is dit uiterst introverte muziek.

In dit eerste deel is het lied Come, heavy sleep te herkennen en niet te herkennen, het is vervormd als in een droom. Telkens wordt de verwachting doorbroken die de luisteraar heeft van hoe de melodie verder zal gaan, doordat de toonladder waar de melodie zich aan lijkt te houden ineens een kleine secunde verhoogd of verlaagd wordt. Er zijn een paar kerntonen waar de melodie zo nu en dan op terecht komt, maar waar ook omheen wordt gecirkeld, alsof de muziek zijn gedachten niet helemaal kan bepalen. De algemene indruk van dit eerste deel is, dat de “logica” verloren gaat, als bij
iemand die net begint in te slapen. Toch staat iedere noot precies op de goede plek. In plaats van een echte poging om in te slapen is dit een kunstwerk van het hoogste niveau. Voor een commentaar maat voor maat is dit niet de juiste gelegenheid, maar je voelt de kracht van deze muziek daarzonder ook wel als je luistert, en nog meer als je hem zelf speelt.

Het muzikale zinnetje waar “Musingly”mee eindigt begint pianississimo, maar eindigt nog zachter.
Des te schokkender komt dan het tweede deel binnenvallen… maar daarover de volgende keer.

Bart Berman Demodokos
classicus, gitarist en componist

www.demodokos.net

oktober 2020, nr 1