1. Sinds wanneer geef je les? Ik werd in 1997 direct in het diepe gegooid. Ik ben getrouwd en vanuit Hongarije naar Nederland verhuisd. Een paar maanden later had ik mijn eerste leerling.
2. Wat trekt je aan in het lesgeven? Individueel les geven vind ik fantastisch. Het doorgeven van kennis is heel dankbare arbeid. Als de leerlingen iets voor elkaar krijgen, zijn we samen blij. Geduld is een ‘must’, en dat heb ik gelukkig (wat lesgeven betreft).
3. Wat is je favoriete methode? De lesboeken van Cees Hartog vind ik heel goed. ‘All in One’ is een leuke methode, populaire stukjes in alle stijlen voor de klassieke gitaar. Sinds een half jaar is er een nieuwe methode uit van Elwin Morel: ‘Steps’. De begeleidings CD vind ik heel goed omdat je met een repetitie- en uitvoeringstempo werkt.
4. Voor welke muziekstijlen kunnen mensen bij jou terecht? Ondanks dat ik op klassiek gitaar ben afgestudeerd, leer ik mijn leerlingen ook akkoorden spelen zodat ze al snel populaire liedjes kunnen zingen en begeleiden.
5. Waar leg je de nadruk op bij je lessen? Het is heel belangrijk dat een leerling de juiste houding aanleert en de juiste rechter- en linkerhandtechniek. Ik geef ze ook korte oefeningen voor het versterken en versnellen van de vingers. Al gauw leer ik ze ook muziek te maken. Ik vind het heel belangrijk dat een muziekstuk gaat ‘leven’.
6. Wat is bijzonder aan jouw manier van lesgeven? Ik ben zelf altijd enthousiast en open, de sfeer is goed. Ik heb belangstelling voor hun andere hobbies, hoe het met hen op school gaat, wat ze mee maken... Ik heb met elk leerling een speciale band en ze zijn mede daardoor erg gemotiveerd.
|
7. Werk je ook auditief? Over het algemeen zing of speel ik iets voor leerlingen voor. Ik heb ook een blinde leerling. Het is ongelooflijk als ik zie wat we in een half uur bereiken. Het is elke keer opnieuw een uitdaging, maar ze speelt inmiddels meerstemmige muziek waarvan sommige twee bladzijden lang.
8. Hoe reageer je als er een nieuwe leerling binnenkomt met een 'Kruidvat'-gitaar? Ouders willen dan vaak bezien of dit instrument iets voor hun kind is. Als blijkt dat een leerling echt voor deze hobby gaat, dan komt de leerling of de ouders na een paar maanden zelf wel naar me toe met de vraag over advies voor een beter instrument.
9. Wat doe je met een leerling die thuis niets gedaan heeft? Als het meerdere keren achter elkaar gebeurt, dan maak ik er werk van. Ik maak een soort rooster in hun schrift waar ze minimaal per week vier keer moeten schrijven dat ze minstens 10 minuten hebben geoefend. Meestal werkt dit. Ook praat ik hierover met de ouders. Samen zoeken we dan een oplossing.
Na elke les krijgen mijn (jonge) leerlingen een sticker in hun schrift, wanneer ze de stukjes goed kennen. Dit werkt erg motiverend.
10. Heb je een leuke anekdote uit je lespraktijk? Het was eens tijdens de les dat ik merkte dat de leerling – een jongentje van ongeveer 11 jaar - niet meer luisterde maar achteruit naar de muur zat te staren. Toen ik omkeek, keken mijn ogen recht in die van een spin. Na een tijdje zat de spin weer achter de kast en de les ging weer gewoon door.
De week erop vertelde het jongetje mij dat hij met zijn spreekbeurt bezig was. Ik ben altijd trots wanneer leerlingen een spreekbeurt houden over hun gitaar. Ik vroeg of hij nog hulp nodig had en of hij erover heeft nagedacht wat hij voor de klas gaat spelen. Hij keek me aan en zei: “Mijn spreekbeurt gaat over spinnen”.
|